Het Platform Voegovergangen en Opleggingen (PVO) wilde duurzaamheid een vaste plek geven in de keuze van voegovergangen. InfraImpact ontwikkelde het LCA-model waarmee het PVO de MKI en CO2-uitstoot van bestaande én toekomstige voegconcepten kan berekenen, conform de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken en EN 15804. Daarmee verschuift milieuprestatie van bijzaak naar volwaardig keuzecriterium in het Meerkeuzemodel.
Achtergrond
Voegovergangen overbruggen de bewegingen tussen brugdelen en zijn aan slijtage onderhevig; ze gaan niet de volledige levensduur van een kunstwerk mee. De juiste voegovergang kiezen vraagt specialistische kennis, en daarvoor gebruikt de sector het Meerkeuzemodel van het PVO: het instrument dat op basis van project- en objectomstandigheden bepaalt welke voegconcepten toepasbaar zijn.
Wat in die afweging tot nu toe ontbrak, was duurzaamheid. Het PVO had al langer de wens om de Milieukostenindicator (MKI) en CO2-uitstoot mee te laten wegen. Die wens werd bemoeilijkt doordat het voegenlandschap bestaat uit hoofd- en subgroepen die zelf nog volop in ontwikkeling zijn. Een rekenmethode moest dus niet alleen kloppen voor de voegconcepten van vandaag, maar ook meebewegen met de concepten van morgen.
Werkwijze
InfraImpact ontwikkelde een LCA-model dat de milieuprestatie van voegovergangen berekent conform de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken en EN 15804. Het model bepaalt zowel de MKI als de CO2-uitstoot over de volledige levenscyclus, en is opgezet rond één principe: het moet werkbaar zijn voor de mensen die er dagelijks mee rekenen, niet alleen voor LCA-specialisten.
Het resultaat is een intuïtief model met één invultabblad. De gebruiker voert de relevante gegevens van een voegconcept in en het model rekent de milieuprestatie door. Geen losse berekeningen, geen specialistische software: de complexiteit van de LCA zit onder de motorkap, de bediening blijft eenvoudig.
Resultaat
Met dit model kan het PVO MKI en CO2 meenemen in het Meerkeuzemodel. Duurzaamheid wordt daarmee een volwaardig criterium in de afweging, naast technische geschiktheid, kosten en levensduur, in plaats van een losse exercitie achteraf.
Voor de sector betekent dat scherpere, beter onderbouwde keuzes. Een opdrachtgever of ontwerper die een voegovergang selecteert, ziet voortaan ook wat die keuze betekent voor milieu-impact en CO2. En doordat de data NMD-klaar wordt vastgelegd, ontstaat een opstap naar formele categorie 2- en 3-milieuverklaringen voor voegovergangen: gestructureerde milieudata die er voor deze productgroep nog nauwelijks is.
Voor de markt
Voor producenten van voegovergangen verandert dit het speelveld. Zodra MKI en CO2 meetellen in het Meerkeuzemodel, wordt milieuprestatie een onderscheidend verkoopargument: een product dat aantoonbaar gunstiger scoort, krijgt een streepje voor in de afweging.
Generieke categorie 3-data vormt daarbij het uitgangspunt. Maar met een eigen, productspecifieke EPD scoort een voegovergang vrijwel altijd gunstiger dan dat generieke profiel. Voor producenten die nú willen anticiperen op een markt waarin duurzaamheid meeweegt, is een eigen EPD de logische volgende stap.
Meer over het PVO en het MeerkeuzemodelVermelding: Het PVO-logo wordt met toestemming van het Platform Voegovergangen en Opleggingen gebruikt.